Kasteel dat nooit kasteel was

DE UNIEKE KANTEN VAN HET STADJE IDRIJA

Grootste, oudste, eerste, enige. Het stadje Idrija in Slovenië is in veel uniek. Unesco-stadje Idrija ligt vrij afgelegen tussen Ljubljana en de Soča Vallei  maar is voor vakantiegangers met interesse in natuur en cultuur een interessante bestemming. We zoomen in dit artikel in op het begin van de video; het kasteel Gewerkenegg.

Een kasteel dat geen kasteel is en een kantoor dat geen kantoor is. Kasteel Gewerkenegg in Idrija was van allebei wat. En is daarom dus, uniek.

Gewerkenegg was nooit een echt kasteel in de klassieke betekenis; een verdedigingswerk waarin gewoond werd. Het diende als kantoor, maar was ook meer dan dat. De naam alleen al. Gewerkenegg. Dat is geen Sloveens. Het is Duits, want in de tijd dat het kasteel werd gebouwd was Idrija deel van het Habsburgse Rijk. De naam gaf aan dat dit het kasteel van de mijn was.

De geschiedenis van Gewerkenegg begint met de vondst van het vloeibare metaal kwik in Idrija. Aan het einde van de 15e eeuw worden onder de grond grote afzettingen kwik aangetroffen. Volgens de overlevering ontdekte een mandenmaker voor het eerst kwik in een waterbron.

Al snel werd begonnen met mijnbouw en dat nam zo’n vlucht dat begin zestiende eeuw het stadje Idrija was gesticht en er zo’n groot mijnbedrijf was dat er een flink kantoor nodig was. De mijnen waren eigendom van verschillende grote adelijke families uit Slovenië.

De bouw van het kantoor, kasteel Gewerkenegg dus, begon in 1522. Het allereerste begin van het kasteel is al in 1493. Op de heuvel van het kasteel bouwden Duitse mijnwerkers destijds een klein houten kapel. Het kapel is later opgenomen in het kasteel.

De mijnondernemers lieten het kasteel bouwen als kantoor maar ze gebruikten het ook om voorraden kwik en voedsel (vooral granen) te bewaren. En vooral te beschermen tegen Ottomanen en Venetianen die regelmatig aanvallen uitvoerden. In het kasteel waren dertig bewapende mijnwerkers gelegerd.

De mijnen in Idrija en het kasteel werden aan het einde van de 16e eeuw genationaliseerd. Aartshertog Karel kocht alle mijnaandelen, het kasteel en andere eigendommen van de oude eigenaren. Vanaf de nationalisatie was een deel van het kasteel de woning van de directeur van de mijn.

Het kasteel en de mijn bleven rijkseigendom tot en met de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog behoorde Idrija tot Italiaans grondgebied. Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen Italiaanse soldaten hun intrek in het kasteel dat aan het einde van de oorlog gebombardeerd werd.

Na restauratie werd het kasteel in 1953 het gemeentemuseum van Idrija. En is dat nog steeds. Het museum vertelt het complete verhaal van Idrija, van begin tot eind.

Play Video
Mark Koghee
Laatste berichten van Mark Koghee (alles zien)